BTO's (beschermingswijzen tegen ontsteking)

Er zijn vele beschermingswijzen tegen ontsteking mogelijk. De meest toegepaste beschermingswijzen voor gasexplosieveiligheid worden hier nader toegelicht. De fabrikant van het materieel bepaalt zelf met welke beschermingswijze het gewenste veiligheidsniveau te bereiken is. De gebruiker baseert de keuze van het materieel met de categorie indeling van het materieel in relatie tot de zone waarin het materieel toegepast wordt. Deze relatie ziet u hieronder aangeduid.
Met betrekking tot de relatie wanneer welke beschermingswijze toepasbaar is voor welk apparaten beveiligings niveau (EPL) is er een overzicht in installatienorm EN-IEC 60079-14: 2008 paragraaf 5, maar uiteraard is in Europa de ATEX richtlijn 94/9/EG bepalend. Het materieel dient dus overeenkomstig de relatie tussen categorie (ATEX 95) en zone (ATEX 137) juist gemarkeerd te zijn.

Zone 0: categorie 1G
Zone 1: categorie 2G of 1G
Zone 2: categorie 3G, 2G of 1G

Zone 20: categorie 1D
Zone 21: categorie 2D of 1D
Zone 22: categorie 3D, 2D of 1D

De normontwikkelingen staan niet stil; door steeds meer internationalisering zullen we soms ook enige concessies moeten doen. Eén daarvan is een vertaalslag maken van de Europees verplichte ATEX categorisering naar de in de internationale normen genoemde Equipment Protection Levels (EPL).

De vergelijkingstabel ziet er als volgt uit:

EN 60079 serie
EN 61241 serie
Zone
ATEX 95
Categorie
EN 60079 serie
(laatste edities)
EPL
0 1G Ga
1 2G Gb
2 3G Gc
20 1D Da
21 2D Db
22 3D Dc


In de laatste editie, de EN-IEC 60079-14: 2008, is hiertoe een bijlage “Annex ZB” die deze vertaalslag weergeeft.

De beschermingswijzen voor stof worden in het hoofdstuk ‘Stofexplosiegevaar’ apart behandeld.


Algemene eisen (volgens EN-IEC 60079-0)

Het toepassen van explosieveilig materieel in een explosiegevaarlijke omgeving kan alleen met materiaal dat op de juiste wijze gemarkeerd is. Controleer dus te allen tijde de typeplaat van het Ex materieel en controleer of alle gegevens overeenkomen met de eisen die in die zone gesteld worden! Denk hierbij aan: categorie, gasgroep en T klasse òf categorie, stofgroep en maximale oppervlaktetemperatuur.
Zo is het formeel onmogelijk om Ex materieel zonder temperatuurklasse of maximale oppervlakte-temperatuur te installeren, want er is dan geen controle mogelijk geweest met de T klasse of maximaal toegelaten waarde voor de betreffende omgeving. Treft u desondanks toch Ex materieel zonder T klasse of maximaal oppervlaktetemperatuur dan kunt u er gevoeglijk van uitgaan dat u te maken heeft met een ‘component’ gecertificeerd product dat niet zonder meer in bedrijf genomen mag worden in de Ex zone!
Dergelijke materialen zijn, - indien gecertificeerd -, ook herkenbaar aan een certificaatnummer eindigend op een ‘U’. Treft u een product aan dat een certificaat of markering heeft dat eindigt op een ‘X’ dan is dit een teken om op uw hoede te zijn: er gelden dan zgn. ‘bijzondere voorwaarden voor veilig gebruik’. Deze staan te allen tijde in de handleiding van het product en - bij gecertificeerd materieel -, ook in het ATEX certificaat.

Volgens de Official Journal van richtlijn 94/9/EG zal de EN 60079-0: 2006 per 1 juni 2012 geen vermoeden van overeenstemming met de Essentiële Veiligheids- en Gezondheidseisen van de richtlijn meer bieden. De opvolger van deze norm is de EN 60079-0: 2009. Anno 2011 is echter meer dan 95% van al het gecertificeerde materieel volgens de 2006 editie gecertificeerd. Voldoen aan de 2009 editie heeft nog al wat gevolgen:
  • Markering van alleen ‘II’ bij beschermingswijze ‘p’, ‘e’ of ‘m’ is niet meer mogelijk.
  • Er worden zwaardere (verouderings)testeisen gesteld aan afdichtingen.
  • Verminderde slagvastheidseisen (X certificaat) wordt moeilijker.

Beschermingswijze Ex d - drukvast omhulsel
(volgens EN-IEC 60079-1)

Een drukvast omhulsel kan onderdelen bevatten, welke onder normaal gebruik vonken, lichtbogen of hoge temperaturen kunnen veroorzaken, welke op hun beurt een explosie zouden kunnen inleiden.
Het explosieve gasmengsel zou ook in het drukvaste omhulsel aanwezig kunnen zijn, maar een eventuele explosie binnen het omhulsel kan zich niet voortplanten naar de buitenliggende atmosfeer. Een drukvast omhulsel is ademend; dus niet drukdicht. De drukvaste constructie is voldoende sterk om de dynamische (kortstondig optredende) explosiedruk op te vangen. De opgebouwde explosiedruk wordt afgevoerd via tolerantie pasvlakken (vlamdoofwegen). De vlam koelt af tot onder de ontstekings-temperatuur van het omringende gas.

Ex d materiaal moet worden voorzien van een markering voor de gasgroepen IIA, IIB of IIC. Deze verschillende gasgroepen stellen verschillende eisen aan de constructie (lees: vlamdoofweg) van het omhulsel. Gasgroep IIC stelt de zwaarste eisen.

Voorbeelden van Ex d producten zijn schakelkasten, elektromotoren, wandcontactdozen, etc.

Beschermingswijze Ex p - pressurization - inwendige overdruk
(volgens EN-IEC 60079-2)

Een omhulsel met inwendige overdruk mag theoretisch onderdelen bevatten welke bij normaal gebruik vonken, lichtbogen of hoge temperaturen kunnen veroorzaken welke op hun beurt een explosie zouden kunnen inleiden. In de praktijk geldt dit alléén voor Ex px en Ex pz geclassificeerde uitvoeringen. De definities van de verschillende varianten luiden als volgt:
- Ex px reduceert het EPL (equipment protection level) in de overdruk behuizing van Gb
  (lees: zone 1) naar niet geclassificeerd (non-hazardous);
- Ex py reduceert het EPL (equipment protection level) in de overdruk behuizing van Gb
  (lees: zone 1) naar Gc (lees: zone 2);
- Ex pz reduceert het EPL (equipment protection level) in de overdruk behuizing van Gc
  (lees: zone 2) naar niet geclassificeerd (non hazardous).

De eventueel omringende explosieve gasatmosfeer kan bij Ex p niet in het omhulsel binnendringen omdat dit onder overdruk staat t.o.v. de omringende atmosfeer, al dan niet met continue doorstroming van het beschermgas. Dit beschermgas kan zijn een inert gas of schone droge instrumentlucht.

Ex p producten moeten zijn voorzien van een markering welke de betreffende beschermingswijze weergeeft (p, px, py of pz), verder de materieelgroep II; waarna een verdere onderverdeling in IIA, IIB of IIC niet wordt gemaakt. De beschermingswijze is nl. gasgroep onafhankelijk. Alleen bij materieel dat reeds onder de EN-IEC 60079-0: 2009 geleverd wordt, is er wel sprake van gasgroep markering.

Voorbeelden van Ex p producten zijn besturingspanelen, monitoren, instrumentbehuizingen, etc.

Beschermingswijze Ex e - erhöhte - verhoogde veiligheid
(volgens EN-IEC 60079-7)

Elektrisch materiaal dat is geconstrueerd volgens de beschermingswijze Ex e, mag geen onderdelen bevatten, die onder normaal gebruik vonken of lichtbogen kunnen veroorzaken, welke zouden kunnen leiden tot ontsteking van een zich in of nabij het materiaal bevindend explosief gasmengsel.
Het explosieve gasmengsel wordt dus geacht in het elektrisch materiaal te kunnen binnendringen. Ex e is dus een beschermingswijze die alleen mogelijk is bij normaal niet-vonkend materieel.
Eisen die gesteld worden zijn bijvoorbeeld: minimale lucht- en kruipwegen en zekere contactverbinding.

Voorbeelden van Ex e producten zijn klemmenkasten, kortgesloten kooianker motoren, etc.

Beschermingswijze Ex i - intrinsieke veiligheid
(volgens EN-IEC 60079-11)

Om een stroomkring intrinsiek veilig te mogen noemen, moet de energie-inhoud van de stroomkring zodanig begrensd worden dat vonken of enig ander thermisch effect niet kunnen leiden tot ontsteking van een explosief gasmengsel. De energiebegrenzing van intrinsiek veilige circuits wordt gerealiseerd door begrenzing van zowel spanning (U) als stroom (I).
De energiebegrenzing werkt dan quadratisch omdat W = ½LI2 = ½CU2 [J].

De constructie eisen voor de begrenzing van de energie gelden zowel voor de intrinsiek veilige stroomkring zelf, als voor de kabels en bijbehorende componenten die buiten het gevaarlijke gebied zijn geplaatst omdat hier parasitaire capaciteiten (C) en zelfinducties (L) van bijvoorbeeld lange leidingen een rol kunnen gaan spelen.
De energiebegrenzing hangt ook sterk af van de installatie van de intrinsiek veilige stroomkring t.o.v. ander elektrisch materiaal en van de installatie achteraf van ander elektrisch materiaal. Hierbij moet worden voorkomen dat een intrinsiek veilige stroomkring wordt blootgesteld aan storingen welke de intrinsieke veiligheid teniet kunnen doen.

Ex i materiaal moet vanwege gasgroepafhankelijke minimum ontstekingsenergie curven worden voorzien van een markering voor de gasgroep IIA, IIB of IIC. Intrinsiek veilig materiaal wordt onderverdeeld in 3 niveau’s, te weten: Ex ia, Ex ib of Ex ic.

Ex ia materiaal mag geen ontsteking geven onder normaal gebruik, bij het optreden van één fout, of bij een combinatie van welke twee fouten dan ook.

Ex ib materiaal mag geen ontsteking geven onder normaal gebruik bij het optreden van één fout.

Ex ic materiaal mag geen ontsteking geven onder normaal gebruik.
Ex ic heette vroeger Ex nL en behoorde lange tijd toe aan de Ex n norm EN-IEC 60079-15 (de norm voor zone 2 materiaal).

Ex ia materiaal kan geschikt zijn voor de zwaarste categorie 1G (doordat het bij 2 fouten nog steeds veilig is) maar wees u er van bewust dat dit niet per definitie het geval is. Voor categorie 1 gelden namelijk aanvullende bepalingen welke in EN-IEC 60079-26 zijn vastgelegd.
Let u er ook op dat een intrinsiek veilige stroomkring gecertificeerd voor categorie 1G in z'n geheel moet voldoen aan de Ex ia uitvoering, dus ook die delen die in zone 1 en zone 2 liggen of in het veilige gebied (de zgn. ‘associated apparatus’ vertaald: bijbehorende apparatuur).
Wees er ook op bedacht dat een ‘simple apparatus’ weliswaar aangesloten mag zijn op een Ex ia stroomkring, maar zelf niet toepasbaar is in een zone 0!

Ex ib materiaal is alleen toepasbaar voor categorie 2G of 3G.
Ex ic materiaal is alleen toepasbaar voor categorie 3G.

Voorbeelden van Ex i producten zijn meetopnemers, transmitters, toetsenborden (Ex PC’s), (NAMUR) naderingschakelaars, etc.
Voorbeelden van ‘associated apparatus’ zijn zenerbarrières, transmittervoedingen, etc.
Voorbeelden van ‘simple apparatus’ zijn weerstand meetopnemers (PT100) en elektromechanische schakelcontacten (opgenomen in een intrinsiek veilige stroomkring).

Beschermingswijze Ex o - olievulling
(volgens EN-IEC 60079-6)

Elektrische onderdelen welke in aanraking met explosiegevaarlijke atmosferen een ontstekingsbron kunnen vormen worden zover in olie of een andere niet brandbare isolerende vloeistof gedompeld, zodat optredende vonken of lichtbogen, hete restgassen van hoogspanning schakel acties of hete onderdelen zoals aanloopweerstanden de boven de vloeistofspiegel en buiten de behuizing bevindende gassen of dampen niet kunnen ontsteken.

Belangrijke parameters bij deze constructie zijn:
- vastgelegde, isolerende vloeistoffen, bijvoorbeeld olie
- bewaken van vloeistofconditie, zoals vervuiling en (condens)vocht
- het garanderen van het juiste vloeistofpeil welke mogelijk afwijkt bij verwarming en koeling òf
  lekkage
- beperking in de toepassing voor alleen vaste installatie

Toepassingsgebied: grote transformatoren, hoogspanning schakelmateriaal en aanloopweerstanden.

Beschermingswijze Ex q - quartz zandvulling
(volgens EN-IEC 60079-5)

Door een behuizing te vullen met een fijnkorrelig vulmiddel wordt bereikt dat de in de behuizing mogelijk optredende vonken of lichtbogen, de omringende explosiegevaarlijke atmosfeer niet kan ontsteken. Uiteraard gelden hier ook grenzen aan de maximaal toegelaten oppervlaktetemperatuur.

Zowel het vulmiddel, zoals zand, glaskorrels, etc. als de opbouw van de behuizing, dient wel aan de in de norm vastgelegde eisen te voldoen. Het vulmiddel mag onder geen voorwaarde, - dus zowel onder normaalbedrijf als na een opgetreden vonk of lichtboog binnen de zandkapseling -, uit de behuizing naar buiten treden.

Voorbeelden van zandgekapselde producten zijn condensatoren en elektronica die vonken of hete onderdelen kunnen bevatten, maar waarbij de functie door het fijnkorrelige vulmiddel niet beinvloed wordt. Bij BARTEC treft u deze techniek aan in ‘POLARIS’ (open) HMI systemen en MC 9090ex, de mobiele computers (PDA).

Beschermingswijze Ex m - moulded - ingieten met gietmassa
(volgens EN-IEC 60079-18)

Elektrische onderdelen die door vonken of opwarming een omringende atmosfeer zouden kunnen ontsteken kunnen explosieveilig gemaakt worden door ze volledig in te bedden in een gietmassa. De gietmassa dient wel elektrisch, thermisch, mechanisch èn chemisch bestand te zijn.

Belangrijke aspecten bij deze methode zijn ook:
- vlam doorslagvastheid
- hygroscopische effecten
- de omhulling moet aan alle zijden de minimale (genormeerde) wanddikte bezitten
- holle ruimten zijn slechts beperkt toelaatbaar
- over het algemeen treden alleen elektrische verbindingen door de gietmassa naar buiten

Ingegoten materiaal wordt onderverdeeld in 3 niveau’s, te weten: Ex ma, Ex mb of Ex mc.

Ex ma materiaal mag geen ontsteking geven onder normaal gebruik, bij het optreden van één fout, of bij een combinatie van welke twee fouten dan ook en kan daarmee toepasbaar zijn voor categorie 1G, 2G of 3G.

Ex mb materiaal mag geen ontsteking geven onder normaal gebruik bij het optreden van één fout en is daarmee geschikt voor categorie 2G of 3G.

Ex mc materiaal mag geen ontsteking geven onder normaal gebruik en is daarom alleen toepasbaar voor categorie 3G. Ex mc behoorde vroeger tot de Ex nC variant in de Ex n norm EN-IEC 60079-15 (de norm voor zone 2 materiaal).

Voorbeelden van ingegoten materieel zijn smoorspoelen van voorschakelapparatuur, magneetventielen of complete elektronische schakelingen op printplaat.

Beschermingswijze Ex n - niet-ontstekend
(volgens EN-IEC 60079-15)

Deze beschermingswijze is een verzameling van beschermingswijzen welke in vereenvoudigde vorm afgeleid van de reeds genoemde beschermingswijzen alleen voor categorie 3G (lees: zone 2) van toepassing is.

De verzameling beschermingswijzen laat zich als volgt kenmerken:
Ex nA:
non arcing, niet vonkend: alleen geschikt voor normaal niet vonkend materieel.
Ex nC:
closed construction: constructief voorkomen dat een contact in een spanning- en stroomvoerende stroomkring een potentiële ontstekingsbron kan vormen. Ook vereenvoudigde drukvaste omkapseling valt hieronder.
Ex nR:
restrictive breathing, beperkt ademende behuizing waardoor een gevaarlijke atmosfeer niet naar binnen kan dringen.
Ex nL:
limited energy (reeds verplaatst naar ‘intrinsieke veiligheid’ Ex ic).

Ex nC kan een gasgroepafhankelijke beschermingswijze zijn waardoor er een gasgroep IIA, IIB of IIC genoteerd kan zijn. Vanzelfsprekend bevatten alle Ex n varianten ook een temperatuurklasse.

In de normcommissies wordt reeds gewerkt aan een verschuiving van:
- Ex nA als vereenvoudigde Ex e variant Ex ec naar de EN-IEC 60079-7.
- Ex nC als vereenvoudigde Ex d variant Ex dc naar de EN-IEC 60079-1 of als vereenvoudigde Ex m
  variant Ex mc naar de EN-IEC 60079-18.
- Ex nR is de enige variant die dan nog overblijft in de EN-IEC 60079-15.
- Ex nL is reeds als vereenvoudigde Ex i variant Ex ic opgenomen in EN-IEC 60079-11.

Explosieveiligheid

Zone-indeling

Materieel-, gas en stofgroepen

Temperatuurklassen

BTO's

ATEX richtlijn

Stofexplosiegevaar

Normenlijst

Productcertificaten