|
|
|
|

|
 |
| |
|
ATEX richtlijn ATEX 95 (94/9/EG)
| |
|
ATEX richtlijn 94/9/EG is opgebouwd uit 4 hoofdstukken (aangevuld met 11 bijlagen) te weten:
Hoofdstukken
1. Werkingssfeer, in de handel brengen en vrij verkeer
2. Procedures voor de beoordeling van de overeenstemming
3. CE markering van overeenstemming
4. Slotbepalingen
Bijlagen
1. Criteria ter bepaling van de indeling van de groepen apparaten in categorieën
2. Essentiële veiligheids- en gezondheidseisen betreffende het ontwerp en de bouw van apparaten en
beveiligingssystemen bedoeld voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen
3. Module: EG type onderzoek
4. Module: Productiekwaliteitsborging
5. Module: Productkeuring
6. Module: Overeenstemming met het type
7. Module: Productkwaliteitsborging
8. Module: Interne fabricagecontrole
9. Module: Eenheidskeuring
10. CE markering en Inhoud van de EG verklaring van overeenstemming
11. Minimumcriteria voor de aanwijzing van de aan te melden instanties door de lidstaten
De richtlijn kunt u hier inzien/downloaden.
Bereik en toepassingsgebied
Onder de ATEX richtlijn vallen:
alle apparatuur (elektrisch en niet-elektrisch) en beveiligingssystemen die bedoeld zijn voor gebruik in
explosiegevaarlijke ruimten.
veiligheids-, controle- en regelvoorzieningen die bedoeld zijn voor gebruik buiten plaatsen waar ontploffingsgevaar
kan heersen, maar die nodig zijn voor, of bijdragen tot, de veilige werking van apparaten en beveiligingssystemen
met betrekking tot ontploffingsgevaar.
Het toepassingsgebied beslaat plaatsen waar ten gevolge van plaatselijke en bedrijfsomstandigheden een explosieve omgeving kan ontstaan door
mengsels van zuurstof en ontvlambare stoffen in de vorm van gassen, dampen, nevels en stof onder atmosferische omstandigheden, waarin de verbranding
zich na ontvlamming uitbreidt tot het gehele niet verbrande mengsel.
De ATEX richtlijn is niet van toepassing op zeeschepen en mobiele offshore-installaties, alsmede de uitrusting aan boord van deze schepen of
installaties omdat deze reeds onder het IMO verdrag vallen (IMO = Internationale Maritieme Organisatie).
Procedures voor de beoordeling van de overeenstemming
In de ATEX richtlijn is de kwaliteitscontrole van materieel vastgelegd in de procedures voor de beoordeling van overeenstemming. Belangrijk uitgangspunt
is het ISO-9000 kwaliteitssysteem van de fabrikant. Bij elektrisch materieel voor Categorie 1 en 2 zal de overeenstemming moeten worden aangetoond door
onderzoek, testen en de certificatie door een aangemelde instantie (Notified Body).
De fabrikant zal in deze procedure als bedrijf - ATEX - worden gecertificeerd volgens EN 13980: 2002 ‘Potentially explosive atmospheres - Application of quality systems’ en noteert het identificatienummer van de keuringsinstantie welke de productielocatie auditeert achter het op het product aangebrachte CE teken. Bijvoorbeeld CE 0344 betekent door KEMA gecertificeerd.
Een actuele lijst met Notified Bodies kunt u hier inzien/downloaden.
De verwachting is dat het kwaliteitsmanagementsysteem van fabrikanten binnen afzienbare tijd aan een nieuwe internationaal georiënteerde norm getoetst zal worden; te weten ISO/IEC 80079-34. Deze norm bevindt zich momenteel nog in “preliminairy Committee Draft” uitvoering.
Waar EN 13980: 2002 nog puur elektrisch georiënteerd was, krijgt deze nieuwe ISO/IEC norm de uitdrukkelijke titel: “toepassing van kwaliteitsmanagementsystemen voor elektrisch en niet-elektrisch materieel”.
De Notified Body welke de productielocatie auditeert behoeft niet perse ook het product in de ontwerpfase te certificeren. Het is dus goed mogelijk dat een PTB gecertificeerd elektrisch product in een door KEMA gecertificeerde productielocatie wordt geproduceerd.
Volgens de ATEX richtlijn dient de certificerende instantie het aangeboden materieel in verband met ontploffingsgevaar te certificeren op basis van de Essentiële Veiligheid en Gezondheidseisen.
Hierbij zal door Notified Bodies gebruik worden gemaakt van de bestaande geldige ‘State of the Art’ normen zoals de EN 60079 en EN 61241 serie product ontwerpnormen.
Voor een actuele lijst met ‘onder de ATEX richtlijn geharmoniseerde standaards’ verwijzen wij u naar het Official Journal (OJ) van de Europese commissie.
Een actuele lijst met geharmoniseerde standaards kunt u hier inzien/downloaden.
In geval van elektrisch materieel voor Categorie 3 geldt dat de overeenstemming kan worden aan-getoond met eigen interne controle van de productie vastgelegd in een technisch constructiedossier. Hier is geen controle door een Notified Body verplicht noodzakelijk. Uiteraard dient de fabrikant zich bewust te zijn dat hij juridisch aansprakelijk is voor de veiligheid van het product. De interne controle van de productie doelt dan ook op verifiëring met de normen (lees: Essentiële Veiligheidseisen) voor Categorie 3 materieel.
Volgens ATEX is de markering van explosieveilige elektrotechnische producten uitgebreid.
Voorbeeld:

Op de markering voor elektrisch materieel moet minimaal worden weergegeven:
naam en adres van de fabrikant
CE markering gevolgd door het identificatienummer van de NoBo die de productielocatie auditeert
(alleen bij Categorie 1 en 2)
type aanduiding van het product
het communautaire merkteken ‘Epsilon x in zeshoek’
de materieelgroep
de van toepassing zijnde categorie waarvoor het materieel inzetbaar is
EG type certificaatnummer, herkenbaar aan het woord ATEX
fabricage- of serienummer (tracking & tracability)
fabricage jaar
De aanvullende markering met beschermingswijze tegen ontsteking, gasgroep en temperatuurklasse, waarmee de fabrikant aantoont dat aan de richtlijn wordt voldaan, wordt als vanouds weergegeven op de typeplaat. Verder worden de elektrische aansluitgegevens (waar bekend) zoveel mogelijk op de typeplaat weergegeven.
Afwijkend omgevingstemperatuurbereik wordt weergegeven op de typeplaat.
Materieelgroepen en categorieën
In Annex ZY van EN 60079-0: 2009 wordt de nieuwste indeling duidelijk weergegeven:
Gebruik
| EN 60079-0 EPL
| EN 60079-0 Groep
| Richtlijn 94/9/EG Materieelgroep
| Richtlijn 94/9/EG Categorie
| EN 60079-10-X Zones
|
| ondergronds |
Ma |
I |
I |
M1 |
NA |
| ondergronds |
Mb |
I |
I |
M2 |
NA |
| overig |
Ga |
II |
II |
1G |
0 |
| overig |
Gb |
II |
II |
2G |
1 |
| overig |
Gc |
II |
II |
3G |
2 |
| overig |
Da |
III |
II |
1D |
20 |
| overig |
Db |
III |
II |
2D |
21 |
| overig |
Dc |
III |
II |
3D* |
22 |
* geldt niet voor geleidende stoffen in zone 22;
Hier geldt volgens installatienorm EN 60079-14: 2008 toepassing van minimaal IP6x i.p.v. IP5x materieel.
Aangezien IP6x de minimum eis is voor “Protection by enclosure Ex tD” als equipment protection level EPL Db
wordt dit onder ATEX gelezen als categorie 2D (zie ook Annex ZB van EN 60079-14: 2008).
|
|
|