Op 1 maart 1996 is de ATEX richtlijn 94/9/EG binnen de Europese Unie van kracht geworden. Deze ‘Nieuwe Aanpak’ CE richtlijn regelt de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lidstaten betreffende apparaten en beveiligingssystemen, bedoeld voor gebruik op plaatsen waar ontploffings-gevaar kan heersen. De richtlijn is onder nummer L100a, op 19 april 1994 gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschap.
Sinds 1 juli 2003 is de overgangstermijn van 7 jaar verstreken en is de richtlijn dwingend van kracht geworden. Sinds de ratificatie van het Verdrag van Amsterdam is de nummering van ATEX richtlijn 100a gewijzigd in ATEX 95. Officiële naam blijft richtlijn 94/9/EG. Minder officiële benaming is ook wel productrichtlijn of fabrikantenrichtlijn. In Nederland is deze richtlijn onderdeel van de Warenwet en daarmee Nederlandse Wet.
Onderstaande oude richtlijnen betreffende elektrisch materieel zijn per 30 juni 2003 ingetrokken:
de 82/130/EEG voor gebruik in een explosieve omgeving van mijngashoudende mijnen en de 76/117/EEG voor gebruik in een bovengrondse explosieve omgeving.
Gelijktijdig met ATEX richtlijn 94/9/EG is op 1 juli 2003 ATEX richtlijn 1999/92/EG dwingend van kracht geworden. Deze ATEX 137 richtlijn (voorheen 118a) betreft de minmium voorschriften voor gezondheidsbescherming en veiligheid van werknemers die door explosieve atmosferen gevaar kunnen lopen. Voor Nederland is deze richtlijn verankerd in de ARBO wet- en regelgeving.
De ATEX 137 heeft ook betrekking op ontploffingsgevaar in verband met het gebruik en/of de aard van het materieel en de installatiemethoden. In de richtlijn wordt een zone-indeling gedefinieerd in verband met zowel gas- als stofontploffingsgevaar.
De ATEX 137 richtlijn wordt daarom in de volksmond ook wel sociale- of installatierichtlijn genoemd.